Beste Peter, Arthur en Brent,
Een droom is uitgekomen. Als puber, rondzeilend op de Kaag, kwam ik af en toe
een Regenboog tegen. Wat vond ik dát mooie boten. Nooit ben ik in de gelegenheid
geweest om ook maar een stap aan boord te zetten tot afgelopen weekend. Op de 87
van Peter, Brent en Arthur.
Allereerst wil ik Brent bedanken voor zijn tripje naar Denemarken. Hierdoor
ontstond de mogelijkheid dat ik überhaupt meekon.
Vervolgens dank ik Peter omdat hij mij dit mooie weekend cadeau heeft gedaan.
(Je hebt me goed verkocht bij Arthur!).
En vervolgens dank ik Arthur voor het geduld dat hij met mij heeft gehad om
alles op het voorschip te laten reilen en zeilen.
Hoe ik het heb ervaren?
De dagen ervoor was ik al knap nerveus. Ik weet van mezelf dat mijn conditie en
mijn rug niet echt sterk zijn. (Dit had ik vanzelfsprekend niet vermeld van te
voren…..). Toen de eerste dag. Om 8.30 sharp stond de murk van Peter voor de
deur. In opperbeste stemming verteld Peter dat het wel eens windkracht 2 tot 5
zou kunnen worden. Extra droge kleren en veel zin in de tas kwamen we in
Roelofsvarenveen aan. Wat een sfeer op de zeilclub! Een komen en gaan van
Valkjes, Contenders, Solo’s en natuurlijk niet te vergeten de Koningsklasse.
Na de preparatie aan boord was er gelukkig tijd voor koffie. De zon deed
fantastisch zijn best om ons te doen geloven dat het hartje zomer was en de wind
deed het jaargetijde ook al geen recht aan door op een 2 te blijven steken. Niet
zo erg dacht ik nog. Voor een eerste keer kan het maar beter niet te hard
waaien.
Het zal een uurtje of half elf geweest zijn toen we aan boord gingen.
(“jesses wat ’n lijnen, ff goed kijken hoe het allemaal zit”).
En dan is het zover. Een spoed-praktijk-cursus Voordekken. Arthur legt me uit
wat er van me verwacht wordt en we oefenen in hoog tempo het gijpen en het
wisselen van de Spi-boom. Terwijl de andere bogen menen dat Peter de avond
daarvoor iets te diep in het glaasje gekeken heeft maak ik me de kunst van het
voordekken eigen. (God, wat ben ik blij met deze wind).
Na het bomen krijg ik nog een taak toegewezen; het losgooien van de fokkeschoot.
Iets waar ik vroeger niet echt blij geweest zou zijn maar aan boord van de 87
werd me al snel duidelijk dat dit ook een zeer belangrijk radertje is in het
functioneren van de geoliede machine ‘De Maetschap”.
Over de wedstrijd kan ik niet veel vertellen. Ik heb voornamelijk naar Arthur
geluisterd en de bewegingen van onze schipper Peter gadegeslagen. Het was jammer
dat de wind gedurende de dag alleen maar afnam zodat er weinig overbleef toen we
aan de finish kwamen. Ook weet ik nog steeds niet waar die finish was. Maar dat
weten Peter en Arthur ook niet. Gedurende de lunch en een tijdje daarna
was het wachten of er nog een race gevaren zou worden en ik bedacht me dat voor
een man van vijftig als een kind zo blij dit allemaal nog best te doen was.
Wist ik veel.
De tweede dag. Geen droge kleren mee en geen sigaartjes mee, wordt vast weer ’n
makkie! Veel laaghangend bewolking én wind. Op de weg heen dacht ik nog even;
als die zon maar niet doorkomt, dan blijft de wind er wel. Nou die bleef! Op een
andere boot was er een uitvaller en ik dacht dat een vriendje van mij wel zin
zou hebben. Aan de telefoon zei hij mij dat hij dit toch echt niet meer deed
vanwege zijn conditie. En dat terwijl ik dacht dat hij er beter voorstond. Hij
is per slot van rekening een stuk jonger dan ik. Ik begreep er niets van.
Er was genoeg wind om er nóg een taak bij te krijgen. Vastgehaakt aan het
gewicht dat als eerste bij onvoorziene omstandigheden de bodem zou bereiken
moest ik bij elke scherpe rak aan loefzijde mijn lichaam buiten de boot
verplaatsen. Hangend in een vest aan een koordje dat er uit ziet op knappen te
staan probeerde ik dit een paar keer voor de start. Oeps, geen kattepis.
Heb ik dáár dijbeen- en buikspieren voor? Nee dus. Het koordje was wat
kort omdat ik dacht dat dit het me zou vergemakkelijken om binnen te komen. Het
gevolg was wel dat mijn rug dubbel zat alsof ik continue op een ouderwetse
franse toilet zat. (Met dit laatste doel ik natuurlijk niet op de boot!)
Het binnenkomen was een straf, aan bakboord nog erger dan aan stuurboord en dit
terwijl ’s-morgens Arthur nog had gevraagd; “Je bent toch niet invalide?” Enfin
naast de fysieke inspanning had ik dus nog een lijntje erbij om op te letten.
Immers, deze moet je wel losmaken vóórdat je het voordekt opspurt………auw, dat
deed pijn. Later in de auto zag ik pas dat het bloed ook de buitenkant van mijn
broek had gekleurd.
De eerste race startte Peter zo gunstig dat hij besloot het nog twee keer over
te doen. Er hing duidelijk een overwinning en eeuwige roem in de lucht want je
kon aan Peter zien dat het vandaag bloedserieus was. Ik zou mijn beste prestatie
moeten leveren. Over die prestatie kan ik kort zijn.
Volkomen Kut. Menigmaal moest Peter de fok zelf losgooien omdat ik nog bezig was
mij uit mijn invalide positie te bevrijden. En van lekker hangen zodat de boot
wat vlakker zou komen was ook al geen sprake. Terwijl Arthur inplaats van zijn
hoed op te eten zijn broek scheurde zette Peter toch een goede prestatie neer.
Één boot, die toevallig en volledig onbewust een gunstig steekje had gemaakt,
moest de 87 voor zich laten dus eindigde wij als tweede.
Ik vond dat ik een uitsmijter had verdiend en dacht er verstandig aan te doen
maar niet te peilen bij Arthur en Peter.
De tweede race. Mijn rug brandde al van stuitje 40 cm omhoog en de achterkant
van mijn benen gaven mij het gevoel of ik ze net had laten harsen. Maar toch, o
wat gaaf, De Regenboog!
Intussen concentreerde ik mij zoveel op het heel houden van wervels, spieren en
pezen dat mijn taken er zwaar onder leden. Kloojen met de boom, te laat
binnenkomen, niet ver genoeg buiten hangen leidde naast een dwarrel van een wind
tot irritatie bij de stuurman en even dacht ik nog ze te kunnen helpen door
geheel vrijwillig het schip te verlaten.
Dit laatste was niet nodig. Zelfs Arthur begon met ruime wind een fok volledig
strak te trekken in de gedachte dat hij de spinnaker bediende. Net toen ik om
raad vroeg wat ik nu met dit voor mij geheel nieuwe lijntje moest doen was de
verwisseling duidelijk en de uitslag van de race ook.
Helaas heb ik dit weekend de 87 niet aan de benodigde punten kunnen helpen voor
een derde plaats in het eindklassement. Zoals iemand aan de kade zei dat hij
zich niet kon voorstellen dat er één schipper is die met een onervaren bemanning
zou willen varen is dit punt weer eens duidelijk bewezen op De Maetschap.
Met vriendelijke groet,
John Verschragen