Wedstrijdverslag

De Dameswedstrijd Kaagweek 2003

Ieder jaar verheug ik mij weer op de Kaagweek. Leuke wedstrijden voor de mannen, gezellige borrels en etentjes, het nodige rumoer, Holland – Friesland met meer toeschouwers dan bij een gemiddelde voetbalwedstrijd, het Regenboogdiner, noem maar op. Eigenlijk zou ik iedere week wel Kaagweek willen laten zijn, als er niet die ene wedstrijd zou zijn; te weten de Dameswedstrijd waar ik een haat/liefde verhouding mee heb. Ieder jaar weer word ik door mijn geliefde echtgenoot min of meer gedwongen hieraan deel te nemen, terwijl hij donders goed weet wat hij mij allemaal aan doet. Het gaat meestal zo:

 

Op maandag komt hij kraaiend van de pret aan boord met de mededeling dat hij mij heeft ingeschreven. Vanaf dat moment verander ik ter plekke in een zenuwwrak en is mijn vaste verblijfplaats aan boord het toilet geworden. Regelmatig wil ik mijn advocaat bellen om een snelle echtscheiding te regelen en duistere dagdromen over gebroken masten of enorme gaten in de romp, opgedaan tijdens de middagwedstrijd van Rob, waardoor ik niet kan zeilen, brengen nauwelijks enig schuldgevoel bij mij boven. Ik vervloek het KNWV dat toch nog op tijd een meetbrief voor de 140 heeft afgegeven en tracht Joost en Gerhard onder begeleiding van wellustige blikken en beloftes over te halen te weigeren met mij in de boot te stappen. Zij zien schijnbaar meer in Rob dan in mij want mijn pogingen worden schamper lachend ter zijde geschoven en zij weten de zaak alleen maar te verergeren door grote verhalen op te hangen over de gevaren die ons te wachten staan. Mijn inmiddels minder beminde echtgenoot lijkt te genieten en zingt zachtjes “She is sailing” van Rod Steward voor zich uit.

 

Zo ook dit jaar. Twee grijnzende bruten hijsen mij aan boord van de Geronimo en planten mij op een hard bankje. Flesje champagne mee voor onderweg, want je weet maar nooit (misschien krijgen we wel ineens dorst of zo). Niet dat ik de kans ook maar heb om de fles open te maken, want mijn vingers liggen wit verkrampt om het houten stokje, dat ik nog ken van vorig jaar en steeds van mij af of naar mij toe moest halen (omhoog, omhoog!!!). De man die denkt dat hij nog steeds mijn echtgenoot is en dat ik nog steeds van hem hou, gooit ons los en met een intens gemeen lachje wenst hij mij veel succes en de bruten veel sterkte toe. Dat doet de deur dicht en ik besluit te gaan winnen, omdat er toch iémand met de Kaagweek de prijzen moet binnenhalen. Oude zeillessen van de Mina cursus en de wijze aanwijzingen van Frida Vollebregt borrelen bij mij omhoog en tot de stomme verbazing van Joost en Gerhard leg ik de Geronimo messcherp aan de wind. Het lijkt wel of het schip, verguisd zoals zij ook is, mij volledig aanvoelt en moeiteloos voeren wij samen de meest ingewikkelde zaken uit. Triomfantelijk duw ik het houtje van mij af en hup wij zijn overstag (nu was ik vergeten te roepen “ree”, wat dus nergens op slaat als je op het water zit, want in een straal van 50 km is er geen ree te bekennen). Mijn bemanning was door mijn overmoedige manoeuvre verrast en hingen in één keer aan de verkeerde kant van de boot onder water. Uitslovers. Eenmaal weer in de boot zeiden ze allemaal dingen tegen mij, die een dame niet behoort te begrijpen. Maar goed, na enig grondig overleg en oefening leek het mij erg goed af te gaan en werd mij te verstaan gegeven naar de start te varen. Onmiddellijk sloeg bij mij de paniek weer toe. Aangezien de enige sanitaire stopplaats bestond uit een emmer en een valse belofte dat zij beslist niet zouden kijken en het ook echt niet aan wie dan ook zouden vertellen, besloot ik mij te vermannen en voer dapper het startgebied binnen. Daar was het pas écht gezellig. Goede vriendinnen met bleke gezichtjes, een wanhopige blik in de ogen en een verkrampte trek rond de mond, verwoed trekkend of duwend aan het houtje terwijl ze allerlei aanwijzingen opvolgden. De bruten waren druk bezig met andere boten weg te duwen en daar bleek al gauw hun grote kwaliteit, want precies op het startschot gleden wij op een riante positie over de startlijn. Ondanks de zon regende het aanwijzingen en tot mijn stomme verbazing arriveerden wij als tweede boot bij de boventon. Voor de wind kreeg ik de order “binnen blijven”. Nou had ik geen enkele aandrang om over boord te stappen, zeker niet nu het zo goed ging, maar oke, weer bij de benedenboei begreep ik het en met gevoelens van grote opwinding kon ik daar om ruimte brullen. Eén de ton om, waanzinnig! Mede door de tactische aanwijzingen van mijn vrienden aan boord weer terug naar de bovenboei om ook daar als eerste rond te gaan. Mijn jongens hadden lol en ik ging volledig uit mijn bol. In plaats van “binnen blijven” moest ik nu weer naar buiten. Aangezien het de eerste keer zo lekker had gewerkt besloot ik hun advies blind op te volgen en in mijn ongebreideld enthousiasme voer ik ver buiten de rumplijn. Nou had ik wel eens gehoord van romplijn maar nog nooit van rumplijn, dus ik deed maar wat. Rob stond in zijn sloepje rare armbewegingen naar mij te maken, dus ik heb maar lief terug gezwaaid, want misschien wou hij het wel weer goed maken. Toen ik uit gezwaaid was zag ik tot mijn stomme verbazing twee boten voor mij varen. Toen ik dit Joost en Gerhard vertelde, leerden zij mij spontaan enige nieuwe woorden, terwijl ik dacht dat ik de meeste al kende van Rob. Te ver weg gevaren en dus te laat bij de boei. Toen wij als derde rond gingen heb ik een paar van die nieuwe woorden uit geprobeerd en ik moet zeggen, dat lucht wel op. Het laatste rak naar de finish hebben mijn jongens en ik alles uit de kast gehaald om gerechtigheid te laten geschieden, maar helaas is dit niet gelukt. Of misschien juist wel, want Claire Blom won als echte wedstrijdzeilster knap en terecht. En ik was toch heel blij met deze derde plek die natuurlijk voornamelijk op de rekening komt van mijn kanjers Joost en Gerhard. En Rob? Die mag nog even blijven. In ieder geval tot de Kaagweek van volgend jaar…..

 

 

Anita