Wedstrijdverslag
|
Ieder
jaar verheug ik mij weer op de Kaagweek. Leuke wedstrijden voor de mannen,
gezellige borrels en etentjes, het nodige rumoer, Holland – Friesland
met meer toeschouwers dan bij een gemiddelde voetbalwedstrijd, het
Regenboogdiner, noem maar op. Eigenlijk zou ik iedere week wel Kaagweek
willen laten zijn, als er niet die ene wedstrijd zou zijn; te weten de
Dameswedstrijd waar ik een haat/liefde verhouding mee heb. Ieder jaar weer
word ik door mijn geliefde echtgenoot min of meer gedwongen hieraan deel
te nemen, terwijl hij donders goed weet wat hij mij allemaal aan doet. Het
gaat meestal zo: Op
maandag komt hij kraaiend van de pret aan boord met de mededeling dat hij
mij heeft ingeschreven. Vanaf dat moment verander ik ter plekke in een
zenuwwrak en is mijn vaste verblijfplaats aan boord het toilet geworden.
Regelmatig wil ik mijn advocaat bellen om een snelle echtscheiding te
regelen en duistere dagdromen over gebroken masten of enorme gaten in de
romp, opgedaan tijdens de middagwedstrijd van Rob, waardoor ik niet kan
zeilen, brengen nauwelijks enig schuldgevoel bij mij boven. Ik vervloek
het KNWV dat toch nog op tijd een meetbrief voor de 140 heeft afgegeven en
tracht Joost en Gerhard onder begeleiding van wellustige blikken en
beloftes over te halen te weigeren met mij in de boot te stappen. Zij zien
schijnbaar meer in Rob dan in mij want mijn pogingen worden schamper
lachend ter zijde geschoven en zij weten de zaak alleen maar te verergeren
door grote verhalen op te hangen over de gevaren die ons te wachten staan.
Mijn inmiddels minder beminde echtgenoot lijkt te genieten en zingt
zachtjes “She is sailing” van Rod Steward voor zich uit. Zo
ook dit jaar. Twee grijnzende bruten hijsen mij aan boord van de Geronimo
en planten mij op een hard bankje. Flesje champagne mee voor onderweg,
want je weet maar nooit (misschien krijgen we wel ineens dorst of zo).
Niet dat ik de kans ook maar heb om de fles open te maken, want mijn
vingers liggen wit verkrampt om het houten stokje, dat ik nog ken van
vorig jaar en steeds van mij af of naar mij toe moest halen (omhoog,
omhoog!!!). De man die denkt dat hij nog steeds mijn echtgenoot is en dat
ik nog steeds van hem hou, gooit ons los en met een intens gemeen lachje
wenst hij mij veel succes en de bruten veel sterkte toe. Dat doet de deur
dicht en ik besluit te gaan winnen, omdat er toch iémand met de Kaagweek
de prijzen moet binnenhalen. Oude zeillessen van de Mina cursus en de
wijze aanwijzingen van Frida Vollebregt borrelen bij mij omhoog en tot de
stomme verbazing van Joost en Gerhard leg ik de Geronimo messcherp aan de
wind. Het lijkt wel of het schip, verguisd zoals zij ook is, mij volledig
aanvoelt en moeiteloos voeren wij samen de meest ingewikkelde zaken uit.
Triomfantelijk duw ik het houtje van mij af en hup wij zijn overstag (nu
was ik vergeten te roepen “ree”, wat dus nergens op slaat als je op
het water zit, want in een straal van 50 km is er geen ree te bekennen).
Mijn bemanning was door mijn overmoedige manoeuvre verrast en hingen in
één keer aan de verkeerde kant van de boot onder water. Uitslovers.
Eenmaal weer in de boot zeiden ze allemaal dingen tegen mij, die een dame
niet behoort te begrijpen. Maar goed, na enig grondig overleg en oefening
leek het mij erg goed af te gaan en werd mij te verstaan gegeven naar de
start te varen. Onmiddellijk sloeg bij mij de paniek weer toe. Aangezien
de enige sanitaire stopplaats bestond uit een emmer en een valse belofte
dat zij beslist niet zouden kijken en het ook echt niet aan wie dan ook
zouden vertellen, besloot ik mij te vermannen en voer dapper het
startgebied binnen. Daar was het pas écht gezellig. Goede vriendinnen met
bleke gezichtjes, een wanhopige blik in de ogen en een verkrampte trek
rond de mond, verwoed trekkend of duwend aan het houtje terwijl ze
allerlei aanwijzingen opvolgden. De bruten waren druk bezig met andere
boten weg te duwen en daar bleek al gauw hun grote kwaliteit, want precies
op het startschot gleden wij op een riante positie over de startlijn.
Ondanks de zon regende het aanwijzingen en tot mijn stomme verbazing
arriveerden wij als tweede boot bij de boventon. Voor de wind kreeg ik de
order “binnen blijven”. Nou had ik geen enkele aandrang om over boord
te stappen, zeker niet nu het zo goed ging, maar oke, weer bij de
benedenboei begreep ik het en met gevoelens van grote opwinding kon ik
daar om ruimte brullen. Eén de ton om, waanzinnig! Mede door de tactische
aanwijzingen van mijn vrienden aan boord weer terug naar de bovenboei om
ook daar als eerste rond te gaan. Mijn jongens hadden lol en ik ging
volledig uit mijn bol. In plaats van “binnen blijven” moest ik nu weer
naar buiten. Aangezien het de eerste keer zo lekker had gewerkt besloot ik
hun advies blind op te volgen en in mijn ongebreideld enthousiasme voer ik
ver buiten de rumplijn. Nou had ik wel eens gehoord van romplijn maar nog
nooit van rumplijn, dus ik deed maar wat. Rob stond in zijn sloepje rare
armbewegingen naar mij te maken, dus ik heb maar lief terug gezwaaid, want
misschien wou hij het wel weer goed maken. Toen ik uit gezwaaid was zag ik
tot mijn stomme verbazing twee boten voor mij varen. Toen ik dit Joost en
Gerhard vertelde, leerden zij mij spontaan enige nieuwe woorden, terwijl
ik dacht dat ik de meeste al kende van Rob. Te ver weg gevaren en dus te
laat bij de boei. Toen wij als derde rond gingen heb ik een paar van die
nieuwe woorden uit geprobeerd en ik moet zeggen, dat lucht wel op. Het
laatste rak naar de finish hebben mijn jongens en ik alles uit de kast
gehaald om gerechtigheid te laten geschieden, maar helaas is dit niet
gelukt. Of misschien juist wel, want Claire Blom won als echte
wedstrijdzeilster knap en terecht. En ik was toch heel blij met deze derde
plek die natuurlijk voornamelijk op de rekening komt van mijn kanjers
Joost en Gerhard. En Rob? Die mag nog even blijven. In ieder geval tot de
Kaagweek van volgend jaar….. Anita
|