| Regenboog overpeinzingen |
|
Als je al lang (sinds 1972) in de klasse bivakkeert, sta je bij een hoop dingen rond die klasse niet meer zo stil totdat er een moment aanbreekt dat je één en ander de revue eens laat passeren. Bij mij was dat het geval toen ik werkelijk mijn schip verkocht. Te koop zetten is één, Totdat er iemand in dat geval mijn (oud) bemanning zich meldt en zegt: „we willen hem graag overnemen“. Dit gaf een enorm gemengd gevoel. Al eerder was ik op dit moment aangekomen toen Frans Sluijters zich meldde en geen bezwaar had tegen mijn verkoopprijs. Hem kon ik zeggen dat ik in het kader van het komende jubileumjaar toch maar besloten had de 134 niet te verkopen. Gelukkig kocht hij de 60. Tegen je bemanning waar je al bijna 10 jaar mee weg hebt, is dit iets moeilijker. Kort en slecht: „Guus stond ineens zonder Regenboog“. Eerlijk
en sorry voor het woord, maar dit gaf ronduit een klotengevoel. Ontheemd
bijna, ondanks dat je meent verder weg te staan van de club, omdat je
wegens andere belangen en interesses, overigens een vrijwillige keuze,
niet in staat bent wekelijks aan het Regenboogcircuit deel te nemen. Gelukkig is er voor alles ook weer een oplossing en in mijn geval was het Pieter van Brug. Deze moest wat meer op de zaak letten en heeft daarom weinig tijd en hij besloot zijn 128 te verkopen. Net als ikzelf met pijn in het hart. De tip kwam van Peter Hoogendam de website beheerder, waarvoor mijn dank. Kortom binnen 3 dagen wisselde de 128 van eigenaar en zit ik weer in de boot, zonder volledig bemanning nog. Aan Lodewijk zal nog wel even getrokken worden tussen de 134 en 128. Denk dat de verzorging bij de Furie beter is en hij hiervoor uiteindelijk ontvankelijk zal zijn. Het enige wat er nog tussen kan komen, is dat hij met zijn vader een afspraak kan maken over de 100. Heb nog bijna een jaar de tijd om hem te lokken, want pas in 2004 zal de nieuwe Furie weer op het water verschijnen, na enige kleine aanpassingen aan het interieur en de zeilen. Op
Loosdrecht heeft de nieuwe ploeg van de 134 de laatste wedstrijd laten
zien dat er met hen rekening gehouden dient te worden en ook de onderlinge
strijd tussen de 128 en 134 zal mijn eigen prestaties het komende jaar
ongetwijfeld tot grote hoogte doen stijgen. U bent gewaarschuwd. Loosdrecht was weer een gezellig evenement. Jammer, maar logisch dat het comité besloot zondag niet te laten varen. Ik heb dan ook in één weekend nog nooit zoveel verbrand vlees gegeten. Van de ene barbecue naar de andere. Moet zeggen dat de door meester Ton Zand zelf gebakken entrecotes het beste smaakten. Onze voorzitter had voor Friezen en nog wat andere nette en fatsoenlijke mensen zijn huis opengezet en ik denk, dat ik omdat ik toch weer een schip had gekocht, wij ook langs mocht komen. Een soort nieuwkomerborrel? Dat de voorzitter kan praten weten we, maar hij is ook een goede gastheer, dat bewees hij deze avond.
Mooie verhalen uit de oude doos hoe het vroeger met het Regenboogzeilen ging in de tuin en de keuken, maakten het een gevoegelijke avond na een lange dag niets doen. Ook werd nog gememoreerd hoe de Rotterdamse zeilers gezamenlijk op huiswerkcursus door moesten brengen om toch maar door de middelbare school heen gesleurd te worden. Ben er zeker van dat als onze ouders niet zoveel geld er voor over hadden gehad, Peter Hoogendam, John Hofland en ondergetekende nu nog ergens op een Mavo Havo zouden zitten. Overigens waren we niet de enige zeiler in dat huiswerkklasje. Van de 8 waren er maar liefst 6 die wedstrijd zeilde. Zegt toch iets over het niveau van onze sport. In die tijd maakten we ook kennis met de Regenboog en wel via de Beneventum 82 van de vader van John. Dit schip (overigens meerdere malen kampioen) werd zomers op Aegir aan de Bergse Voorplas in het water gelegd, waarna het direct zonk. Na enige dagen van dichttrekken mochten we er dan mee varen en maakten zo kennis met de Regenboog, wat natuurlijk een jongensdroom was. Bemannen deden we als kleine jongens eerst bij Peter Hoogendijk in de Dyne de 80 het oude schip van de oprichter van de Regenboogclub en onze latere Voorzitter “oom” Hans van der Velde“. Het grote werk zou beginnen op een Kaagweek 1972 geloof ik, waar Johnnie zou sturen en mijn bemanning uit de FJ en ikzelf bij zouden bemannen. 12 en 14 jaar, stront van de dijk, een lekke boot met gammele (Molenaar toen nog) zeilen, want pa Hofland was zuinig en wij op weg. Om ons heen en bij ons natuurlijk ook grote paniek. Wie kent niet de foto van de 14 die voor de wind half op zijn kop staat op het stukje sloot van Warmond naar de Kaagsoos. Wij voeren daar achter en zagen 3 bogen rechtsaf de kant op vliegen. Droog tot aan de kiel in het weiland. Motivatie alom aan boord maar niet heus, wat waren we angstig. Masten om ons heen eraf en met flink hozen, niet overal want dan schepten we de spanten eruit, haalden we de finish, trots als pauwen. Zo ook Gerrit Beck onze toenmalige voorzitter die met de 76, die toen ook al niet zo snel was, zijn eerste prijs haalde een 4e geloof ik. Van blijdschap trakteerde hij iedereen bij het Kaagdiner toen nog in de ledenzaal. Daar droeg Jackie de Wilde in die tijd nog coupletten voor uit het Erotisch Feest. Ik vind dat de Friezen hier maar eens een bundel van moeten maken. Later mocht / moest ik met mijn vader mee in de 84 die hij die bewuste Kaagweek liet sturen door de ervaren (dacht hij) Karel Vial Sr en Jr. Wat Vader Luut niet wist dat oude Karel enorm angstig was als het waaide. Die bewuste race bleven zij dus slim aan de kant. Overigens
was de 82 de eerste Regenboog welke werd gebouwd door Vial. In het begin
stuurde Carel hem (de 82 die toen nog Dolfijn heette) zelf tot hij ineens
een flinke som geld telegrafisch (een unicum in die tijd) geld kreeg
overgemaakt van Douwe Egberts. Bleek dat eigenaren de Jong de 82 wilden
kopen en hem gelijk maar even betaalden. Tenminste zo is het verhaal. Dit
was het. Zomaar wat overpeinzingen en herinneringen. Wellicht volgen er
als de inspiratie opklimt nog meer. FURIE
|