Wedstrijdverslag

Zomerwedstrijden Sneekermeer

25 - 26 juni 2005

Ervaringen van een platbodemzeiler op een regenboog (110)

In eerste instantie klonk het als een aantrekkelijke uitnodiging. Heb je tijd om volgend weekend mee te zeilen op de regenboog, 'zomerwedstrijden in Sneek'? Ik droomde even weg, de regenboog, de koningsklasse op het water. Na korte overpeinzingen waarin ik deze prachtige sierlijke open boot over het water zag scheren bij een windje 3, een mooie zomerzon en aangename temperaturen, gevaren door decadente bemanning met grote sigaren, champagne en goedgevulde picknickmanden antwoorde ik volmondig: "ja leuk". Om mij nog enigszins voor te bereiden verdiepte ik mij via de website van de klasse in de regenboog, eerdere uitslagen, klassevoorschriften en in het programma te Sneek. Schuldbewust realiseerde ik mij dat ik mij verheugde op het zoetgeurende mahoniehout van de romp, helder witte zeilen, teakdekken en snelheid in tegenstelling tot het altijd roestende staal, ratelende lieren, vervelende zwaarden en het zwaar werkende helmhout van mijn eigen 20 ton wegende skûtsje. De dag voor de wedstrijden kwam mijn altijd enthousiaste schipper, die tevens buurman is, nog even langs om te vragen of ik nog een derde bemanningslid wist want zijn vaste "voordekker" liet het ook afweten. Och, ik had nog wel een kennis die enige zeilervaring had en wellicht geïnteresseerd was in dit elitaire uitstapje. Zo vertrok deze gelegenheidsbemanning op zaterdagochtend naar een achterafgelegen botenhuisje alwaar tot mijn grote schrik een regenboog nog in de takels hing. "De boot heeft dit jaar nog niet gevaren dus er moet nog wel het één en ander gebeuren voordat hij vaarklaar is", werd vrolijk medegedeeld. Alvorens we na ruim anderhalf uur keihard werken het water op gingen werden de doelstellingen van onze stuurman medegedeeld. Het was mij al opgevallen dat hij regelmatig omhoog kijkend de windsterkte in de gaten hield. Alles moest heel blijven en aangezien we niet op elkaar ingespeeld waren en bovendien twee van de drie bemanningsleden geen regenboog ervaring hadden zouden we "lekker" achterin het veld varen. Ook werden ons hier nog een paar leuke gordeltjes verstrekt die later nog van pas konden komen. Toen geloofde ik nog in de goede bedoelingen van mijn schipper en dacht aan veiligheid, warmte en uniformiteit in kleding. Met een bakstagwindje van ruim kracht 4 voeren wij de Goëngarijpster Poelen op en dat voelde goed. Pas toen hij oploefde naar aan de wind en ik de eerste golf in mijn nek kreeg en bovendien duidelijk werd waarvoor deze gordeltjes dienden, begreep ik dat ik er in getuind was. Als rechtgeaard techneut heb ik nog de constructie van het gordeltje, touwtje en sluiting onderworpen aan een nader sterkte-onderzoek. Naar later bleek had mijn collega dat beter ook kunnen doen. Even heb ik nog voorgesteld de schaaf over de opstaande kuiprand te halen maar dat bleek een klassevoorschrift, waarover ik de ontwerper nog graag eens wil spreken.

De zeilzak voorin, waarvan ik vermoedde dat hij de lunch, drank en andere versnaperingen bevatte, bleek de spinakerzak te zijn. "Nee" deelden wij ongevraagd mede, daarmee hebben wij geen ervaring. Besloten werd dan ook om deze niet te gebruiken zodat daarmee ook niet geoefend behoefde te worden. Normaal train ik altijd een paar weekenden met mijn vaste bemanning, zei de kapitein trots. Gelukkig bleek er nog tijd voor koffie op het starteiland alvorens we de eerste wedstrijd in zouden gaan. Dat starteiland bleek trouwens een gezellig gebeuren met een kroeg, veel vrouwelijk schoon en ogenschijnlijk goed gemutste grote zeilfamilies met luxe moederschepen. Spontaan besloot ik deze plek tijdens onze weekend vaartochten met het gezin ook eens aan te doen.

De start met een noord-oosten wind van ruim kracht 4 was spectaculair. Naar mijn idee waren we goed gestart en in het eerste lange kruisrak realiseerde ik mij hoe langer hoe beter waar ik aan begonnen was. Ik voelde de blauwe plekken in mijn benen schieten en de spierpijn zich ontwikkelen in kuiten en bovenbenen. Mijn hernia speelde op en het koude water droop werkelijk overal langs mijn lichaam. Dit was echter niet het grootste probleem. De schipper kwam tot de verrassende conclusie dat we toch wel heel goed lagen in het wedstrijdveld van maar liefst 16 regenbogen en vroeg zich af of toch de spinaker niet gehesen moest worden. In allerijl werd nog wat uitleg gegeven en toen wij als eerste de bovenboei rondden ging de"spie" (zoals wij deze spinaker als rechtgeaarde boogzeilers al mochten noemen) er voor, die wonder boven wonder direct goed stond. Achterom kijkend zag ik andere bogen met zandlopers varen en even moet ik gedacht hebben: "wat hebben ze dáár dan voor bemanning en wat is hún voorbereiding geweest?" In het voor-de-windse rak werd ons uitgelegd hoe een spinaker weer binnen te halen en ook dat ging redelijk. Ook het volgende kruisrak bleek succesvol en de eerste positie werd steeds verder uitgebouwd. Wij begonnen al te geloven dat deze overwinning ons niet meer kon ontgaan. Er deed zich echter een nieuw probleem voor. Mijn schipper tuurde in een boekje dat de banenkaart bleek te bevatten en waaruit de te varen route moest blijken. Eerder al had ik mij afgevraagd waarom deze wedstrijdorganisatie ons dat hele meer in een ingewikkeld patroon over stuurde. De enige ervaring die ik had was een driehoeksbaantje. Wij waren er echter vanuit gegaan dat wij achter de anderen aan zouden varen dus ook hier miste elke vorm van voorbereiding. In het voor-de- windse rak waarin wij alle concentratie bij de spinaker nodig hadden stond ik mijzelf toe even achterom te kijken. Voorzichtig begon ik onze stuurman te vragen of het klopte dat de andere bogen richting een rode boei voeren in plaats van de door hem in zijn boekje uitgezochte gele boei. In één klap was de langzaam ontstane teamspirit, wedstrijdgeest en motivatie teruggezakt naar een nulpunt en via een omweg wisten wij in een korte periode het wedstrijdveld weer op te zoeken alwaar wij ons op een tiende positie in het veld wisten te voegen. Uiteindelijk slaagden we erin terug te komen op een vijfde positie. We strompelden het starteiland weer op voor de lunch, waar de eerste blessures werden verholpen en weggedronken met bier. Een aardige collega laat ongevraagd weten dat er ook hangbroeken zijn waardoor dergelijke kwetsuren niet ontstaan en nee, hij heeft er niet één te leen. In de middag is het niet minder gaan waaien echter de richting is iets veranderd. Hoewel we veronderstelden dat wij alle basis principes onder de knie hadden, blijkt nu dat er ook gegijpt moet worden met de spinaker. De theoretische uitleg in het voor-de-windse rak was volledig, behalve dat niet was medegedeeld dat het schip een slagzij maakt van 30 graden stuurboord naar bakboord, terwijl je op het voordek staat met een spieboom in je hand. Ook hier heeft de ontwerper een grote denkfout gemaakt, want dat opstaande kuiprandje had op het voordek gemoeten waardoor nog een beetje houvast mogelijk was geweest. Ook nu nog hadden zich niet alle mogelijkheden voorgedaan want toen later de spie aan bakboord mocht worden ingehaald en er iets later aan stuurboord weer uit mocht was de verwarring kompleet. Na diverse plaatsen in het wedstrijdveld te hebben bezet kwamen we wederom als vijfde binnen en waren we zeker niet ontevreden.

De derde en laatste wedstrijd in dit evenement vond plaats op de zondag en deze benaderde iets meer het beeld van hetgeen ik verwacht had. Met een windkracht 3 en een stralende zon waren er momenten van rust in de wedstrijd die zelfs nog gelegenheid gaven tot het consumeren van een broodje aan boord. Halverwege de wedstrijd hebben we nog weer op kop gelegen en hangen was er deze keer niet bij. Uiteindelijk gingen we als zesde over de finish. De prijsuitreiking vond later plaats dan men in eerste instantie had aangekondigd waardoor op het terras onder het genot van een biertje geëvalueerd kon worden. Als het eindklassement bekend wordt gemaakt blijkt dat we derde zijn geworden. De schipper is hiermee niet ontevreden en begint aarzelend te vragen of we tijdens de Sneekweek ook tijd hebben. Voorzichtig worden er plannen gemaakt voor nieuwe wedstrijden en betere voorbereidingen en wellicht zelfs trainingsweekenden, want de conclusie mag zijn: "het smaakt naar meer"

Eric H. de Beij - De Wilgen