Wedstrijdverslag
Zomerwedstrijden Braassemermeer
11 - 12 juni en 18 - 19 juni 2005
|
We zitten er weer lekker bij dachten we na het eerste weekend, het gat met de eerste drie was aanzienlijk, maar toch…. vierde in een veld met twintig boten. Een goede uitgangspositie voor het tweede weekend en Piet Paulusma bedacht ook nog eens een “woeiwapwindje” 2-3 uit noordelijke richting. Het eerste echte zomerse weekend van het jaar, onze gebeden werden verhoord. Vlak voor de start als altijd turend naar wijsheid over de plas en met gespitste oren en dito concentratie ondergingen wij een heuse revelatie. Als een waar Orakel van Delphi verscheen aan ons, Cees “Bunzing” van Grieken. Herkenbaar hikkend van de lach en dan weer onverstaanbaar murmelend kwam hij met een reutelend “ploffertje” op ons af varen. Jullie windje hè, mannen! Ja, ja, dat gelul ken ik, dacht ik nog. Elke wedstrijd beginnen we allemaal weer op 0 en hebben we allemaal even veel kansen. Maar soms lukt gewoon alles, ook een indringstart kon ons niet stoppen. Ontketend doorkliefden wij het water en ook de tweede wedstrijd stampte “de Maetschap” door het kloeke water. Niets dan onrustige golfslag en verstoorde wind in het kielzog achterlatend. De vijand verkeerde in totale wanorde en hielden de troepen in formatie op eerbiedwaardige afstand bij ons vandaan. Zingend trokken wij van steiger naar bar…..♫ Als je wint, heb je vrienden ♫ rijen dik, echte vrienden…. Maar zoals vriend van de familie, Abert Einstein eens predikte, tijdens het voorgerecht starend naar zijn bord: 100 haren op je hoofd is erg weinig, maar 4 haren in je soep is weer heel erg veel. Na twee keer een eentje te hebben gevaren op één dag kan je natuurlijk gaan zitten griepen over het feit dat je met uitzicht op de eerste plaats geen misser meer kan veroorloven en hoe je om moet gaan met die zware last, maar je kan natuurlijk ook denken, daar neem ik een lekker glas “tokay pinot gris” op. Ik doe dat waarvan ik hoop dat ik de boodschap goed overbreng op mijn kinderen, geniet van het moment, denk aan de relativiteitstheorie van Oom Albert en zet mijn “genietertje” op tien. De nieuwe dag brak aan, zou het nu dan toch de eerste keer van dit jaar zijn dat Rob “plassenkoning”de Kraa eens niet met de hoofdprijs aan de haal ging. Wij mochten geen aftrekker meer varen want we hadden al twee acht-jes staan, maar helaas we moesten het hoofd buigen. Het water voelde anders aan dan de dag ervoor, de wind die we zo hadden bejubeld was niet meer onze vriend, iedere huurbak uit de weide omtrek kwam boven ons liggen en ieder windwak was ons, wat een worsteling die dag. Ook voor Frits “je mag altijd ruilen” Beck, die ’s-morgens nog eerste stond, ging het niet volgens plan, maar er klonken geen verwensingen, slechts een serene rust aan boord. Boudewijn had het strategisch verste puntje van de boot opgezocht en nam de “lounge-houding” aan. Saai is het volgens mij echt nooit aan boord bij de 74. Dit alles gaf na 4 schitterende zeildagen het volgende resultaat: Rob schoof op de laatste dag in het klassement van drie naar één, Frits van één naar twee en ja, de 87 schoof van twee naar de eervolle plaats achter het toetsenbord. Moraal van het verhaal is: Een revelatie kan zich in de meest onverwachte gedaantes voordoen, maar voor een goede vriendschap mag je soms best wel een beetje wijn bij de soep doen en als je wil winnen, bedenk dan dat de opera pas voorbij is als de dikke dame gezongen heeft. Peter Bijlard, regenboog 87 |