Wedstrijdverslag
Kaagweek
8 t/m 12 juli 2006
|
Ik ben gemaakt op het water, volgens mijn ouders, maar waar op het water weten ze niet precies meer. Ze hebben het me nooit verteld, maar dat het ergens op de Kaag geweest moet zijn is voor mij een vanzelfsprekendheid. Op de een of andere manier voel ik een zo diep gewortelde verbinding met dat water dat het niet anders kan zijn. Ik heb op de Kagerplassen dan ook mijn hele leven rondgezworven en zelfs mijn vrouw geschaakt. Zodra ik een schoot vast kon houden mocht ik met mijn 3 jaar oudere zus in de cadet mee en om er maar meteen goed in te komen begonnen we dat jaar met het paasevenement. In mijn belevingswereld ( ik was toen 9 jaar) was het hartje winter en leek er hier en daar zelfs nog een verdwaalde ijsschots rond te drijven. Ik ben nu 43 en snel terug gerekend gebeurde er een aantal jaar voor mijn “cadetdoop” bizarre dingen, zoals het bevriezen van de zee voor onze kust, het beklimmen van de Mount Everest door sir Hillary en liepen de ijsberen nog met oorwarmers op. Het was toen met Pasen, waarschijnlijk viel ze erg vroeg dus “godskolere” koud. Rubberpakken bestonden nog niet en mijn moeder, de schat, trok mij extra veel kleren aan onder mijn witte schildersoverall en wurmde met veel moeite een tweede paar gele afwashandschoenen om mijn reeds afgeknelde handen. Mijn zus stuurde en is dan wel drie jaar ouder dan ik, maar wist op dat moment al net zoveel van zeilboten af als ik. We voeren angstig de haven uit met windkracht 15 en golven van Tsunami hoogte. Net voorbij de hoofdsteiger hield ons avontuur op en na een half uur in het vrieskoude water te hebben gesparteld zat ik aan boord bij mijn ouders, zonder kleren aan in handdoeken gewikkeld naast de kachel met een colaglas vol cognac. Misschien was de aanblik angstaanjagend of voelde mijn ouders zich schuldig, maar het hielp, ik kwam weer bij mijn positieve. Het was mijn eerste gevecht met de elementen, ik vond het prachtig en het heeft me nooit meer losgelaten. Dit jaar hebben alle drie mijn kinderen Roos, Guus en Lotte ook mee gedaan met de Kaagweek en hoewel Lotte voor de eerste start met tranen op haar wangen uit haar optimist stapte, Guus overvaren is door een Laser en af en toe de verkeerde kant van het kruisrak koos en Roos stoer de eilanden om voer, maar niet met de top mee deed, ik echter mijmerend aan vroeger als “een aap met zes lullen” zogenaamd onaantastbaar present gaf.. De eerste wedstrijd in groep 1 voeren al direct de 74 op kop en de 140 vlak achter. De 74 paste vanaf de X-boei zijn inmiddels vertrouwde verdedigingstactiek toe en klapte een ontelbare hoeveelheid keer boven op de 140. De achtervolgers waar wij ook bij hoorden konden zo mooi aansluiting krijgen. In het laatste kruisrakje lagen de eerste vijf schepen op een kluitje. Het onvermijdelijke gebeurde, de 74 probeerde bij iedere boot die te dichtbij kwam de wind uit de zeilen te nemen, maar dit was te veel van het goede. Wij pakten een vlaagje strak langs de wal en schoven van twee naar een. De 17 met Mark Blees aan het roer genoot ook mee en de 140 kon zijn plek handhaven, maar de 5 schoof op de finish nog voorbij de 74. Zondag hebben we aan de hoge wal uit de wind een hele lange tijd de zeilen liggen sparen, totdat de “rattestaart” eruit ging en we nog haast moesten maken om de start te halen. Ik schatte zo’n 35 knopen wind op dat moment en ik hoorde het twee keer kraken boven in de mast. We trokken de schoten aan op het punt dat we bedachten of we hier wel mee door moesten gaan, klonk het startschot. De boot lag heerlijk op zijn roer, geen water op het dek, we ronden de X en keken verbaasd om ons heen, gewoon 5 scheepslengtes voor op nummer twee, jieeehhhhaaaa!!!! Mede dankzij Fred gaat het schip nu veel lekkerder met veel wind. Weer op de kant aangekomen kwamen we er achter dat ook hij met “zes lullen in zijn broek” rond liep. Sjezus, twee ééntjes. Arthur zou alleen het weekend meevaren en ingevlogen Koos zou de overige dagen meedoen. We zaten in de goede “HUUU” en ik twijfelde of we toch met Arthur door moesten gaan, maar afspraak is afspraak en zeg nou zelf, een éénogige Zuid Afrikaanse Labrador kan je natuurlijk niet teleurstellen. We gingen door volgens plan en voeren als een “niksniebangskip” naar een tweede plekje. Leo (108) mooi eerste, ik ben trots op je, al kwam dat natuurlijk wel door je holle lijnen, hihihihihihihihi! Inmiddels had Blees ook goede zaken gedaan, want de gevestigde orde had iets teveel haast met starten en zo schoof de 17 naar een eerste plekje. Na Willem’s split mochten we als favoriet in de eerste groep starten. Wij hadden ruim de tijd genomen ter oriëntatie en de conclusie getrokken dat de wind uit het Norremeer zou gaan komen, zoals hij dat in het uur voor de start ook regelmatig deed. Die race startte de 17 helemaal laag en wij hoog bij het schip. Wij fout en Mark Blees goed, we kwamen er niet meer bij en hoopten dat we onze aftrekker gezeild hadden, maar zoals bekend stond er helaas geen wind op dag vijf en duikelde wij naar een derde plaats. Ik heb het in ieder geval stukken minder koud gehad dan toen, maar de rillingen hebben wel over mijn rug gelopen. Niet alleen omdat het rete-spannend was, maar ook omdat ik al mijn kinderen op het wedstrijdwater had en dat ik stilletjes hoop dat ook zij net als ik “gepakt” zullen worden door het water. Mark, gefeliciteerd en ik hoop dat je weer vaker de degens met ons komt kruisen. Peter Bijlard, Regenboog 87 |